De ouderenkorting en waarom die met uw inkomen daalt
Boven een bepaald inkomen wordt de ouderenkorting snel kleiner. Wat dat in 2026 betekent, waar de grens ligt en waarom een eenmalig hoger inkomen ook een rol kan spelen.
Geachte lezer,
Wie de AOW-leeftijd bereikt, krijgt er een belastingkorting bij die de meeste mensen nooit bewust aanvragen: de ouderenkorting. Hij wordt automatisch verrekend, via de AOW van de SVB. Pas als het inkomen wat hoger uitvalt, valt hij op. Dan blijkt dat de korting niet met een paar euro afneemt, maar met 15 cent voor elke euro boven een grens. Over een betrekkelijk klein stuk inkomen verdwijnt hij volledig.

Deze brief legt uit hoe de ouderenkorting in 2026 werkt, waar de grenzen liggen en waarom een eenmalig hoger inkomen in één jaar ook meetelt. Het verband met bijbetalen bij twee uitkeringen staat in de brief over bijbetalen.
Wat de ouderenkorting is
Een heffingskorting is een bedrag dat van de verschuldigde belasting afgaat. Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting; wie de AOW-leeftijd heeft bereikt, krijgt daarnaast de ouderenkorting. Wie recht heeft op een AOW voor alleenstaanden, krijgt bovendien de alleenstaande-ouderenkorting.1
U krijgt deze kortingen via de AOW-uitkering van de SVB, als de SVB de loonheffingskorting voor u toepast.1 Bij de aanslag rekent de Belastingdienst daarna uit of het bedrag klopt bij uw werkelijke inkomen.
De bedragen voor 2026
| 2026 | 2025 | |
|---|---|---|
| Maximale ouderenkorting | € 2.067 | € 2.035 |
| Volledig tot een verzamelinkomen van | € 46.002 | € 45.308 |
| Afbouw boven die grens | 15% | 15% |
| Nul vanaf een verzamelinkomen van | € 59.783 | € 58.876 |
| Alleenstaande-ouderenkorting | € 540 | € 531 |
Bron: Belastingdienst, heffingskortingen voor AOW-gerechtigden. De alleenstaande-ouderenkorting kent geen inkomensgrens.
Waarom de korting met uw inkomen daalt
Tot een verzamelinkomen van € 46.002 krijgt u in 2026 de volledige ouderenkorting van € 2.067. Voor elke euro daarboven gaat er 15 cent van de korting af. Bij € 59.783 is er niets meer over.1 Het afbouwtraject is dus nog geen € 14.000 breed.
Let op het woord verzamelinkomen. Dat is niet alleen uw AOW en pensioen, maar het totaal van uw inkomen in box 1, box 2 en box 3. Ook het voordeel uit sparen en beleggen dat in box 3 wordt belast, telt dus mee.
Een tabel met voorbeelden
| Verzamelinkomen | Boven de grens | Afbouw (15%) | Ouderenkorting |
|---|---|---|---|
| € 30.000 | – | – | € 2.067,00 |
| € 46.002 | – | – | € 2.067,00 |
| € 50.000 | € 3.998 | € 599,70 | € 1.467,30 |
| € 55.000 | € 8.998 | € 1.349,70 | € 717,30 |
| € 59.783 of meer | € 13.781 | volledig | € 0 |
Illustratief, met de parameters van 2026 van de Belastingdienst. Exclusief de alleenstaande-ouderenkorting, die voor alleenstaanden met AOW ongeacht het inkomen € 540 is.
Wat dat betekent voor een extra euro
In het afbouwtraject stapelen meerdere effecten. Wie met AOW, pensioen en andere inkomsten tussen € 46.002 en € 59.783 zit, valt in 2026 in de tweede schijf met 37,56 procent. Daar komen 15 procent minder ouderenkorting bij en 3,195 procent minder algemene heffingskorting.2 Opgeteld kan van een extra euro in dat traject in dit vereenvoudigde voorbeeld ruim 55 cent naar de fiscus gaan.
Dat is geen reden om inkomen te laten liggen, maar wel een reden om eenmalige pieken bewust te plannen. Denk aan de afkoop van een klein pensioen of, vanaf 2029, een bedrag ineens. Zie de brief over kleine pensioenen en de brief over het bedrag ineens.
Twee gepensioneerden met hetzelfde pensioen
Hoe dat in de praktijk uitpakt, laat een eenvoudig voorbeeld zien. Twee buren hebben allebei de AOW en een aanvullend pensioen, samen goed voor € 44.000 per jaar. De een heeft verder geen inkomsten. De ander heeft daarnaast spaargeld en beleggingen, met een belastbaar voordeel in box 3 van € 4.000.
| Buurman zonder box 3 | Buurvrouw met box 3 | |
|---|---|---|
| AOW en pensioen | € 44.000 | € 44.000 |
| Voordeel uit sparen en beleggen (box 3) | – | € 4.000 |
| Verzamelinkomen | € 44.000 | € 48.000 |
| Ouderenkorting | € 2.067,00 | € 1.767,30 |
Illustratief. € 48.000 − € 46.002 = € 1.998 boven de grens; 15% daarvan is € 299,70. Verzonnen bedragen, parameters 2026 van de Belastingdienst.
Het pensioen is gelijk, de AOW ook, en toch scheelt de ouderenkorting bijna € 300. Dat komt niet door de belasting in box 3 zelf, maar doordat het box 3-voordeel het verzamelinkomen verhoogt en daarmee de korting verlaagt. Wie spaargeld heeft en rond de grens van € 46.002 zit, ziet dit effect vaak pas in de aanslag terug.
Waarom de SVB het niet altijd goed kan inhouden
De SVB verrekent de ouderenkorting op basis van de AOW. Of u boven de afbouwgrens uitkomt, weet de SVB niet, omdat uw pensioen en uw spaargeld bij andere partijen staan. Bij een hoger totaal inkomen krijgt u via de SVB dus te veel korting, en dat verschil komt terug in de aanslag. Een voorlopige aanslag kan dat spreiden, zoals beschreven in de brief over bijbetalen.
Partners en de ouderenkorting
De ouderenkorting is persoonlijk. Elke partner die de AOW-leeftijd heeft bereikt, heeft er recht op op basis van het eigen verzamelinkomen. Bij fiscale partners kan het verdelen van gezamenlijke inkomsten, zoals de grondslag in box 3, invloed hebben op het verzamelinkomen van ieder. Wie samenwoont, kan daarbij ook de verschillen in AOW-bedrag zien; zie de brief over de AOW voor samenwonenden.
Voor wie dit vooral speelt
- Gepensioneerden met een flink aanvullend pensioen, zodat AOW en pensioen samen dicht bij of boven € 46.002 komen.
- Wie naast pensioen ook inkomen heeft uit verhuur, een eigen bv of beleggingen.
- Wie in één jaar een eenmalige uitbetaling krijgt, zoals een afkoopsom.
- Alleenstaanden, voor wie de alleenstaande-ouderenkorting wel blijft, ook bij een hoger inkomen.
De kern
De ouderenkorting is een stevige korting voor wie de AOW-leeftijd heeft, maar ze loopt snel af boven € 46.002 verzamelinkomen in 2026 en is weg bij € 59.783. Omdat de SVB uw andere inkomen niet kent, wordt het verschil vaak pas bij de aanslag zichtbaar. Wie zijn inkomen rond die grenzen kent, kan beter inschatten wat een extra uitbetaling netto oplevert.
P.S. De Belastingdienst zet de grenzen voor 2027 doorgaans eind dit jaar online. Wij nemen ze op in de Pensioenbrief zodra ze officieel zijn.
- 1Belastingdienst — Heffingskortingen voor AOW-gerechtigden — ouderenkorting en alleenstaande-ouderenkorting 2025 en 2026, verrekening via de SVB.
- 2Belastingdienst — Heffingskortingen 2026 — algemene heffingskorting en afbouw.
- 3Belastingdienst — Tarieven en heffingskortingen voorlopige aanslag — tarieven box 1 in 2026.
Dit is particuliere, gesponsorde informatie van NIVO Consultancy OÜ. Creo2 is geen website van de Rijksoverheid, de SVB, de Belastingdienst of een pensioenfonds en is daar niet aan verbonden. Niets op deze pagina is financieel, fiscaal of juridisch advies. Elk bedrag komt uit de genoemde officiële bronnen of is een duidelijk aangegeven rekenvoorbeeld, nooit een toezegging of een bedrag dat u zult ontvangen. Op deze site kunt u niets aanvragen en u betaalt niets. Geef nooit uw BSN, DigiD-inloggegevens of IBAN aan een website naar aanleiding van een artikel. Voor uw eigen situatie gaat u naar uw pensioenuitvoerder, naar mijnpensioenoverzicht.nl (inloggen met DigiD alleen op die officiële site) of naar svb.nl. Cijfers gecontroleerd op .