Waarom het ene fonds indexeert en het andere niet
Twee buren, twee pensioenfondsen, twee verschillende brieven over de verhoging. Hoe de dekkingsgraad tot nu toe besliste over indexatie, en wat daar na de overstap voor in de plaats komt.
Geachte lezer,
Op een verjaardag vertelt de buurman dat zijn pensioen per 1 januari omhooggaat. U hebt van uw eigen fonds alleen gehoord dat er dit jaar ‘geen ruimte’ is. Hetzelfde land, dezelfde prijzen in de supermarkt, en toch een ander bericht. Dat komt niet door toeval of een gunstiger cao, maar door de financiële positie van elk fonds afzonderlijk, en in toenemende mate ook door de vraag of een fonds al is overgestapt naar de nieuwe regels.

Deze brief legt uit hoe indexatie, ook wel toeslagverlening genoemd, in het oude stelsel werkt, welke tussenregels er gelden tijdens de overstap en wat er daarna voor in de plaats komt. Wat de overstap in het algemeen voor uw overzicht betekent, staat in het hoofdartikel over de pensioenverandering.
Wat indexatie is
Indexatie betekent dat een pensioen wordt verhoogd om de stijging van prijzen of lonen bij te houden. In de meeste oude regelingen is dat geen recht, maar een voorwaardelijke toezegging: het fonds verhoogt als het dat kan betalen. Hoe vaak en hoeveel er is geïndexeerd, verschilt daardoor sterk tussen fondsen. Twee mensen met hetzelfde bedrag op hun eerste pensioenstrook kunnen tien jaar later op een ander bedrag uitkomen.
De dekkingsgraad als meetlat in het oude stelsel
In het oude stelsel draait alles om de dekkingsgraad: het vermogen van een fonds gedeeld door de waarde van alle pensioenen die het moet uitkeren, uitgedrukt in een percentage. Bij 100 procent heeft een fonds precies genoeg om alle toezeggingen te betalen, uitgaande van de rekenregels van de toezichthouder.
Volgens De Nederlandsche Bank mag een fonds alleen bij een dekkingsgraad boven de 110 procent de pensioenen gedeeltelijk indexeren. Tussen ongeveer 104 en 110 procent is er geen indexatie. Rond de 104 procent ligt het minimaal vereiste eigen vermogen.1 Voor besluiten kijken fondsen naar de beleidsdekkingsgraad: het gemiddelde van de dekkingsgraden over de afgelopen twaalf maanden. Zo schommelt het besluit minder met de dagkoers.
Twee fondsen naast elkaar
| Fonds A | Fonds B | |
|---|---|---|
| Vermogen | € 11,8 mld | € 10,7 mld |
| Waarde van de pensioenen | € 10,0 mld | € 10,0 mld |
| Dekkingsgraad | 118% | 107% |
| Ruimte voor indexatie? | Gedeeltelijk mogelijk | Nee |
Illustratief: verzonnen fondsen met ronde bedragen, alleen om de drempel van 110% zichtbaar te maken. Hoeveel een fonds boven die drempel verhoogt, hangt af van het eigen beleid.
Het voorbeeld laat zien waarom de buurman wel een verhoging kreeg en u niet: zijn fonds zat boven de drempel, het uwe eronder. Dat kan te maken hebben met de leeftijdsopbouw van de deelnemers, met beleggingskeuzes of met de afdekking van renterisico. Het zegt weinig over hoe zorgvuldig een fonds werkt.
De tussenregels tijdens de overstap
Fondsen die naar het nieuwe stelsel gaan en daarbij willen invaren, mogen tot de overstap gebruikmaken van een tijdelijk regime, door DNB het overbruggingsplan genoemd. Daarin ligt de drempel lager. Zo’n fonds mag niet indexeren als de beleidsdekkingsgraad of de actuele dekkingsgraad onder de 105 procent ligt. Heeft het fonds zijn implementatieplan ingediend, dan mag het ook niet indexeren onder de dekkingsgraad die het bij het invaren verwacht. Dit regime loopt tot het invaren, en uiterlijk tot 1 januari 2028.2
Dat verklaart waarom sommige fondsen de afgelopen jaren al indexeerden bij een dekkingsgraad waarbij dat vroeger niet kon. Het is een overgangsregel, geen nieuwe belofte.
Na de overstap: geen dekkingsgraad meer als meetlat
DNB zegt het kort: in het nieuwe pensioenstelsel bepaalt de dekkingsgraad niet langer of uitkeringen worden verhoogd of verlaagd.1 Daarvoor in de plaats bewegen de uitkeringen mee met de beleggingsresultaten, met de sterfte onder de deelnemers en met de verwachte levensduur. Mee- en tegenvallers mogen over maximaal tien jaar worden uitgesmeerd.3
Een deel van de bescherming tegen inflatie kan in het nieuwe stelsel uit de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve komen. Hoe die buffers werken, staat in de brief over de solidaire en flexibele regeling. Wat er in uw regeling over die buffer is afgesproken, staat in het transitieplan; zie de brief over het transitieplan.
Waarom de buurman en u verschillende berichten blijven krijgen
Ook na de overstap blijven er verschillen. De ene regeling heeft een andere beleggingsmix dan de andere, een andere buffer en een ander projectierendement. Daar komt bij dat fondsen op verschillende momenten overstappen. Het ene fonds rekent dit jaar al volgens de nieuwe regels, het andere nog volgens het overbruggingsplan. Berichten over een fonds dat na de overstap verhoogt, zeggen daarom weinig over uw eigen fonds.
Waar u op let in de brief van uw fonds
- Valt uw fonds nog onder de oude regels, onder het overbruggingsplan of al onder de nieuwe regeling? De brief noemt meestal de dekkingsgraad of de overstapdatum.
- Wordt er gesproken over een verhoging van de ‘opgebouwde aanspraken’ of van de ‘ingegane pensioenen’? Soms verschilt de verhoging tussen deelnemers en gepensioneerden.
- Gaat het om een structurele verhoging of om een eenmalige uitkering? Die twee worden in het nieuws vaak door elkaar gehaald.
- Telt u het effect op uw netto inkomen mee? Een hoger pensioen kan gevolgen hebben voor belasting en toeslagen, zie de brief over bijbetalen.
Voor wie dit vooral speelt
Gepensioneerden merken indexatie direct op hun uitkering. Maar ook voor slapers, mensen die bij een vroegere werkgever pensioen hebben laten staan, maakt het uit: hun opgebouwde aanspraak werd in het oude stelsel alleen verhoogd als het fonds daar ruimte voor had. Wie nog werkt, merkt het verschil vooral op de lange termijn.
De kern
Of een pensioen wordt verhoogd, hing tot nu toe af van de dekkingsgraad van het eigen fonds, en tijdens de overstap gelden daarvoor tijdelijke drempels. Na de overstap bewegen uitkeringen anders mee, zonder die ene meetlat. Daardoor blijven de berichten tussen fondsen verschillen. Vergelijk uw pensioen dus met de brief van uw eigen fonds, niet met die van de buurman.
P.S. Uw fonds publiceert de actuele dekkingsgraad meestal elke maand op zijn website. Zo kunt u het verloop zelf volgen, zonder in te loggen.
- 1De Nederlandsche Bank — Dekkingsgraad — indexatie boven 110%, geen rol meer voor de dekkingsgraad in het nieuwe stelsel.
- 2De Nederlandsche Bank — Overbruggingsplan pensioenfondsen — drempel van 105% tot invaren, uiterlijk 1 januari 2028.
- 3Pensioenwet, geldend vanaf 1 januari 2026 (art. 63a) — spreiding van mee- en tegenvallers over maximaal tien jaar.
Dit is particuliere, gesponsorde informatie van NIVO Consultancy OÜ. Creo2 is geen website van de Rijksoverheid, de SVB, de Belastingdienst of een pensioenfonds en is daar niet aan verbonden. Niets op deze pagina is financieel, fiscaal of juridisch advies. Elk bedrag komt uit de genoemde officiële bronnen of is een duidelijk aangegeven rekenvoorbeeld, nooit een toezegging of een bedrag dat u zult ontvangen. Op deze site kunt u niets aanvragen en u betaalt niets. Geef nooit uw BSN, DigiD-inloggegevens of IBAN aan een website naar aanleiding van een artikel. Voor uw eigen situatie gaat u naar uw pensioenuitvoerder, naar mijnpensioenoverzicht.nl (inloggen met DigiD alleen op die officiële site) of naar svb.nl. Cijfers gecontroleerd op .